SintJut.frl

Sintjohannesga, Rotsterhaule en Rohel. Het gebied waar wij wonen is uniek. Gelegen tussen twee meren vormt het een groen hart tussen Joure en Heerenveen. We hebben prachtige natuurgebieden als it Easterskar en it Nannewiid in de directe omgeving en wonen net ver genoeg van de snelweg. Tussen it Tsjûkemar en it Nannewiid: het is een prachtige omgeving om te leven en te wonen! Daarnaast is het een gebied met dorpen waar de bedrijvigheid en het ondernemerschap veelal zijn ontstaan vanuit een lange historie. De leefbaarheid en de toekomst van deze dorpen hebben wij voor een belangrijkdeel zelf in de hand. Prettig wonen en leven begint bij ons zelf. Het is dan ook aan alle inwoners om hieraan een positieve bijdrage te leveren.
 
Historie Rohel, Rotsterhaule en Sintjohannesga
Tussen het Tjeukemeer en It Nannewiid liggen de drie dorpen, Rohel, Rotsterhaule en Sintjohannesga en zij lopen bijna ongemerkt in elkaar over. Deze ligging maakt het lastig om de geschiedenis van elk dorp afzonderlijk te beschrijven. De ontstaanswijze van deze dorpen is hoe dan ook nauw met elkaar verbonden, ze horen als het ware bij elkaar. Op kaarten uit begin 1600 komt het dorp Rohel voor als Nijegea. Het gebied van het huidige Tjeukemeer bestond voor een groot gedeelte uit bos en het meer zelf was veel kleiner en had een andere vorm. Door de westenwind hebben de golven kans gezien de oevers aan de oostzijde langzaam af te kalven, zodat Nijegea uiteindelijk in de golven is verdwenen. Op het Tjeukemeer kan de plaats van het oude kerkhof nog steeds worden gelokaliseerd. Na 1750 is er steeds meer sprake van Rohel, de naam Nijegea verdween daarmee in het vergeetboek en waarom deze oude naam is veranderd in Rohel, is niet echt duidelijk. Wel bestaan er diverse legendes, ontstaan in de twaalfde en dertiende eeuw, over de herkomst van de naam Rohel. Het is het oudste dorp van onze dorpengemeenschap.
 
Tijdens de ontginning en de vervening tussen 1300 en 1750 ontstonden hier kleine nederzettingen in een moeilijk begaanbaar gebied. De geschiedenis van Rotsterhaule begint omstreeks eind vijftiende eeuw en de naam is afgeleid van de plaatsnaam Rottum. Rotsterhaule betekent dan ook zoiets als Haule (hoogte) in de buurt van Rottum. Daar voor 1500 nauwelijks van bewoning in deze buurt sprake was, vond men het ook niet nodig om hier een kapel of kerk te bouwen. Daardoor is er in schriftelijke bronnen ook vrijwel niets over te vinden. Van 1490 -1580 heeft er een roomse kapel gestaan aan het begin van Rotsterhaule op de hoek van de Streek en de Lange Dyk tegenover de plaats waar vroeger de Westerse school heeft gestaan.
 
De komst van de veenbazen en turfarbeiders zorgden rond 1750 voor een drastische verandering in het landschap rond Rohel, Rotsterhaule en Sintjohannesga. Na het vervenen bleef en één grote waterplas over die niet meer verlandde maar juist alleen maar groter werd door afbrokkeling en afslag. De schade die het water aanrichtte was aanzienlijk en stond al dichtbij de huizen.De Grie en grote delen ten noorden van de Streek waren 'vergraven landen'. Ook bij Rohel en het Onland was bijna alle veen verdwenen en een groot gedeelte stond onder water. Pas in 1853 was er sprake van de droogmaking van de verveende landerijen in de omgeving van Sintjohannesga. Landeigenaren gingen over tot inpoldering, te beginnen met De Grie dat het laagste punt in de polder was. De aanleg van een nieuwe polder bestond in eerste instantie uit de aanleg van een ringdijk, de bouw van een sluis te Vierhuis en het maken van een viertal windmolens: De Hersteller aan de Hogedijk, Veldzicht te Vierhuis, Meerzicht te Rohel en Gaastzicht te Rotstergaast. Vervolgens werd een begin gemaakt met de droogmaking van het 'vergraven land' tussen Streek en Kadijk en werden er nog twee molens, Veenzicht en de Vooruitgang, voor dit gebied gebouwd. In 1931 was het met de windbemaling gedaan en waren de vele veenplassen veranderd in landbouwgrond. Het ontstaan van het dorp Sintjohannesga moeten we zoeken uit eerdere ontginningswerkzaamheden en verveningen van de Monniken van de orde van Sint Johannesga. Daarvoor kwamen de namen St. Jansga en Johanneswald voor en het dorp zou zijn naam te danken hebben aan de Heilige Johannes (bron 'De geschiedenis van Sint Johannesga, Rotsterhaule & Rohel' van de Werkgroep Sintjohannesga e.o.).
Sintjohannesga
Sintjohannesga (FriesSint Jansgea, maar in de volksmond Sint Jut) is een dorp in de gemeente De Friese Meren, provincie Friesland (Nederland).

Het dorp heeft ongeveer 1100 inwoners. Tot 1 januari 2014 behoorde Sintjohannesga tot de gemeente Skarsterlân.
Sintjohannesga vormt een tweelingdorp met Rotsterhaule.
De dorpen werken dan ook samen op vele terreinen, zoals op het gebied van scholen, kerken en verenigingen.

Naamgeving
Over de naamgeving van het dorp zijn meerdere versies in omloop:
In vroeger tijden was er nog geen kerk in Sint Johannesga, er was wel een kapel in Rotsterhaule gevestigd. Deze Roomse kapel van het Hasker Convent-klooster (uit Haskerdijken) heeft ooit gestaan op de hoek van de Streek en de Langedijk. Sint Johannesga werd toen nog aangeduid als gea (gebied) en had nog geen eigennaam. De inwoners van het gea moesten belasting afdragen aan Sint Jan (rond 1300 stond er een klooster in Sneek van de Sint Janshospitaalridders) en daarom werd het Sint Jansga genoemd.

Een andere uitleg is dat de inwoners rond 1600 belasting moesten betalen aan bisschop Jan van Utrecht. Sintjohannesga is genoemd naar de kerk in het dorp, die gewijd is aan de heilige apostel Johannes. Deze kerk uit 1864 is door brand verwoest en in 1963 is de huidige kerk gebouwd.

Veenafgraving
In het gebied vond in het verleden veel vervening plaats. Gietersen vestigden zich hier ook. Het gebied werd erg nat en liep bij slecht weer helemaal onder water, het werd het Onland genoemd. De polder is echter drooggemalen door vier molens, de laatst overgebleven molen is door de bevolking van sloop gered: De Hersteller.

Bakkerij
In de jaren 50 woonden en werkten aan de Streek in het tweelingdorp wel tien verschillende bakkers. Een mogelijke uitleg is dat bakkers jonge knechten in dienst namen. Als deze knechten na jaren dienst goed opgeleid waren, werden ze te duur en begonnen zij een eigen bakkerij. De meeste van die bakkerijen zijn in de jaren zestig verdwenen, maar de zaken die overbleven zijn opgenomen in grotere bakkersbedrijven. De koekfabriek van Sintjohannesga, Wieger Ketellapper (onderdeel van Koninklijke Peijnenburg B.V.), is bekend in heel Nederland, evenals de roggebroodfabriek van Van Dijk, en in Rotsterhaule de koek- en pepernotenfabriek van Modderman.


Rotsterhaule

Rotsterhaule is een streekdorp in de gemeente De Friese Meren in de Nederlandse provincie Friesland, tussen het Tjeukemeer en Heerenveen en telt ongeveer 400 inwoners. Het vormt eigenlijk een tweelingdorp met Sintjohannesga. Tot 1 januari 2014 behoorde Rotsterhaule tot de gemeente Skarsterlân.

Naamgeving
De naam Rotsterhaule zou afgeleid zijn van het nabijgelegen Rottum. Rotsterhaule betekent dan iets als "hoogte (haule) in de buurt van Rottum". Al in 1490 heeft er in Rotsterhaule een Roomse kapel van het Haschker Convent-klooster (uit Haskerdijken) gestaan, het is aannemelijk dat er al eerder mensen woonden in het gebied. De kapel heeft tot 1580 dienst gedaan en stond op de kruising van de Streek en de Langedijk.

Veenafgraving
Het huidige dorp is ontstaan tijdens de ontvening van een laagveengebied. Tijdens de ontvening zijn veel bewoners uit de kop van Overijssel naar dit gebied getrokken. Na de Gieterse ontvening liepen de polders vol water die bij harde wind de bebouwing bedreigde. Rond 1860 is de Grote Veenpolder door vier windmolens drooggemalen. Van deze windmolens bestaat nog één exemplaar, deze is door de bevolking van de sloop gered: De Hersteller.
Na de droogmaling wordt het gebied hoofdzakelijk voor veeteelt gebruikt. Bij het dorp is een oorspronkelijk veengebied bewaard gebleven wat opgaat in het natuurgebied Het Ooster Skar, ongeveer 500 ha groot en wordt beheerd door It Fryske Gea.

 

Rohel
De kerk en klokkenstoel van Rohel, Atlas Schoemaker: Friesland, 1710-1735

De naam stamt van de bodem die hier iets roder is dan elders in het gebied; "hel" zou verwijzen naar "hoogte", of juist naar "hol", laagte. Een andere verklaring hangt samen met een legende over het ontstaan van het Tjeukemeer, hier zou ooit een bos hebben gestaan wat is afgebrand. De vuurgloed van het brandende veen (en bos) zou de naam "rode hel" verklaren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was in Rohel een doorgangskamp voor joden gevestigd, voor de oorlog werden er werklozen in dit kamp gehuisvest die met de afgraving van het veen te werk werden gesteld. Na de oorlog werd dit kamp gebruikt voor de huisvesting van KNIL-militairen (Molukkers). De lokale bevolking noemde het kamp na de oorlog het Ambonezen-kamp.

Na de oorlog werd er een voetbalvereniging opgericht en er werd gespeeld vlak bij het kamp, er werden ook vele bewoners van het "Ambonezen-kamp" lid van deze voetbalvereniging. De naam van deze voetbalvereniging is nog altijd "De Wite Peal" (de witte paal), maar is inmiddels in Sintjohannesga gevestigd.

In vroegere tijden heeft Rohel een kerk met kerkhof gehad, maar deze is in het Tjeukemeer verdwenen. Men kan de grafstenen nog wel voelen op de bodem van het meer.

In Rohel zijn meerdere campings, er is een tuincentrum en er is een strandje aan het Tjeukemeer. Tot 2014 lag de plaats in de voormalige gemeente Skarsterlân.

 

Sint-Jânsgea
Sint-Jânsgea (ek: Sint Jut) is in doarp yn de gemeente Skarsterlân, súd fan it Nannewiid. It doarp hat likernôch 860 ynwenners (2004). It foarmet eins in twillingdoarp mei Rotsterhaule. De doarpen wurkje dan ek gear mei skoallen, tsjerken en ferienings. Sint-Jânsgea is neamd nei de tsjerke fan it doarp, dy't wijd is oan de hillige Johannes. Dizze tsjerke stiet hjir al jierren net mear. Nei de ynpoldering en it yn kultuer bringen fan it lân is de Streek fertichte ta in lintbebouwing dy’t oan de noardkant noch altyd tichter is dan oan de súdkant fan de Streek. Fan de âlde Streek ôf is noch dúdliker dan yn it buordoarp Rotsterhaule te ûnderfinen, hoe leech it lân leit.

Rotsterhaule
Rotsterhaule is in doarp yn de gemeente Skarsterlân, noardeast fan de Tsjûkemar. It doarp hat likernôch 400 ynwenners (2004). It foarmet eins in twillingdoarp mei Sint Jansgea. De namme ferwiist nei in hichte by Rottum.

It doarp is ûntstien by de ûntfeaning fan in leechfeangebiet. By de ferfeanting binne in soad minsken út de kop fan Oerisel, benammen Gitersken, nei dit gebiet komd. Nei de feanterij rûnen de polders fol wetter dat by hurde wyn de bebouwing bedrige. Om 1860 hinne is de Grutte Feanpolder troch fjouwer wynmoles drûchmeald. Fan dizze mûnen is noch ien stean bleaun: De Hersteller.
Nei it drûchmeallen wurdt it gebiet yn haadsaak foar feehâlderij brûkt. By it doarp is in oarspronklik feangebiet bewarre bleaun dat opgiet yn it natoergebiet It Easter Skar, ûngefear 500 bunder grut en wurdt beheard troch It Fryske Gea. Op de hoeke fan De Streek en de Lange Dyk stie yn 1490 tsjerke dy't foel ûnder it kleaster by Haskerdiken, it Hasker Konvint. It tsjerkje is brûkt oant 1580. De destiidske pastoar woe net oerskeakelje fan roomsk op protestantsk en flechte. It tsjerkje waard dêrnei net mear brûkt.

De mear as 100 jier âlde koeke- en pipernutefabryk fan Modderman is rûnom bekend.

Reahel
Reahel (ek Roode-Hel of Nijegea) is in doarp yn de gemeente Skarsterlân, oan de noardeastkant fan de Tsjûkemar. It doarp hat likernôch 230 ynwenners (2004). De buorren fan it doarp binne yn de rin fan de tiid foar it meastepart weislein troch de mar. Sa is it doarp ek de tsjerke mei klokkehûs en hôf kwytrekke. De ynwenners wenje no ferspraat oer in grut gebiet, sûnder in oanwiisbere beboude kom.

De namme komt fan de grûn dy't hjir wat reader is as op oare plakken yn de omkriten; "hel" soe ferwize nei "hichte", of krekt nei "hol", leechte. In oare ferklearring hâldt ferbân mei in leginde oer it ûntstean fan de tsjûkemar, hjir soe ea in bosk stien hawwe dat ôfbaarnd is. De fjoergloede fan it baarnende fean (en 'e bosk) soe de namme "reade hel" ferklearje.

Yn de Twadde Wrâldkriich wie yn Reahel in tuskenstasjon foar de ôffier fan joaden. Letter is it as tuskenstasjon brûkt foar de opfang fan Molukkers. De lokale befolking neamde it kamp nei de oarloch it Ambonezekamp.

Nei de oarlog waard der in fuotbalferiening oprjochte en der waard spile flakby it kamp, der waarden ek in soad bewenners fan it "Amboneze-kamp" lid fan dy fuotbalferiening. De namme fan dy fuotbalferiening as noch altiten "De Wite Peal", mar sit wyls yn Sint Jansgea.

Eartiids hat Reahel in tsjerke mei tsjerkhôf hân, mar dy is yn de Tsjûkemar ferdwûn. Men kin de grêfstiennen noch wol fiele op de boaiem fan de mar.

 

This site uses cookies. Some of the cookies we use are essential for parts of the site to operate and have already been set. You may delete and block all cookies from this site, but parts of the site will not work.